FTSRSFSS-VST
 
x

Martin Duivesteijn

Martin Duivesteijn, financieel onderlegd met een groot sociaal hart

“Achter de bar van een theater mis ik de nut en noodzaak waarvoor je het werk echt doet.”

Martin Duivesteijn (1953) groeide op in een groot gezin met tien kinderen in de Bakhuizenstraat in de Haagse Schilderswijk. In zijn werkzame leven speelden cijfers een grote rol. Hij werkte als bijstandsambtenaar bij de sociale dienst en had een eigen administratiekantoor. De laatste twintig jaar van zijn carrière was hij de financiële man bij de Kessler Stichting, het huidige KesslerPerspektief. Naast zijn affiniteit met cijfers loopt het sociale domein als een opvallende rode draad door zijn loopbaan.

Het sociale gevoel heeft Martin van zijn moeder meegekregen. Zij was begaan met anderen en was actief als vrijwilligster in het buurthuis aan de nabijgelegen Delftselaan. De kinderen uit het gezin namen vanzelfsprekend deel aan alle activiteiten die daar werden georganiseerd, van de knutselclub tot het jaarlijkse zomerkamp. Martins leidinggevende kwaliteiten werden daar al vroeg ontwikkeld: “Op je achttiende werd je automatisch van deelnemer tot begeleider gebombardeerd. Weer wat later werd je hoofdleider en zo groeide je erin. Bij de voetbalclub was het van eenzelfde laken een pak.”

Zijn wens om naar de Sociale Academie te gaan kwam dus niet uit de lucht vallen, maar van een professionele carrière in het sociale werk kwam het niet. Martin volgde met succes de mbo-opleiding boekhouden en werkte anderhalf jaar bij de Belastingdienst. Dit werk kon hem echter niet bekoren, waarna hij zijn baan opzegde om als recreatiewerker aan de slag te gaan. Tot groot ongenoegen van zijn vader: “Je gooit een zekere toekomst als ambtenaar weg en gaat als speeltuinbewaker werken!” Hier was Martin het totaal niet mee eens, maar het gat tussen het recreatiewerk en de Sociale Academie bleek toch te groot. Hij keerde terug naar het eerder ingeslagen financiële pad, waar zijn talent voor cijfers verder tot bloei kwam.

Hoewel er een periode was waarin zijn werk geen ruimte liet voor vrijwilligerswerk, was het helpen van minderbedeelden na zijn pensionering een logische stap. Lang hoefde hij niet te zoeken naar nieuwe bezigheden. De Soepbus, destijds onderdeel van de Kessler Stichting, werd in 2020 ondergebracht in een zelfstandige stichting. “Bram Schinkelshoek, de toenmalige directeur, benaderde mij voor het nieuwe bestuur, omdat ik de Soepbus een warm hart toedraag en vanwege mijn financiële kennis. Je begrijpt dat ik de penningmeester ben.”

Daarnaast werkt Martin al ruim vijf jaar bij de Voedselbank Haaglanden. Deze organisatie draait volledig op zo’n 300 vrijwilligers en biedt voedselhulp aan ongeveer 1600 gezinnen. Ook fungeert het als regionaal distributiecentrum, waar grote partijen voedsel worden ingezameld, opgeslagen en verzonden naar veertien voedselbanken in Zuidwest-Nederland.

Martin begon er met een dubbele functie: dagcoördinator en penningmeester. Dat bleek zo veel werk dat het op een echte baan ging lijken, wat niet de bedoeling was. Toen er snel een nieuwe penningmeester werd gevonden, bleef Martin dagcoördinator. Hij werkt één dag per week met een ploeg van 30 tot 35 mensen. Deze ploeg vult aan een lopende band zo’n 600 tot 700 kratten met etenswaren. Voorheen was dit meer, maar sinds de komst van de Voedselbankwinkels worden deze winkels gewoon bevoorraad. Op deze manier kunnen klanten zelf hun boodschappen uit de schappen halen. Dit komt de waardigheid van de klant ten goede en voorkomt dat mensen voedsel meekrijgen dat ze toch niet eten: “Ik heb bij wijze van spreken nog nooit een Surinamer spruitjes zien eten.” Zo wordt ook voedselverspilling tegengegaan, een belangrijke doelstelling van de Voedselbank.

Je zou denken dat Martin nauwelijks in contact komt met de mensen voor wie hij zich inzet, maar niets is minder waar. Een tijdlang werkte Martin in de eerste Voedselbankwinkel aan de Zoutkeetsingel. En bij de Soepbus is hij een meewerkend bestuurslid. Dat betekent dat hij eens per vijf weken ervoor zorgt dat de roosters worden opgevuld en als achterwacht fungeert. In de praktijk rijdt hij één à twee keer per maand de Soepbus naar de Koekamp en deelt soep, brood en fruit uit aan de bezoekers. Het feit dat hij zijn werk doet voor mensen die het hard nodig hebben, is voor hem de motivatie. “Achter de bar van een theater mis ik de nut en noodzaak waarvoor je het werk echt doet.”

HG-20250624-3200
Martin Duivestein website
previous arrow
next arrow
 
HG-20250624-3200
Martin Duivestein website
previous arrow
next arrow