Marjon van der Vegt, oprichter Free Hugs 070 en organisator Dichter bij de dood
“Een beetje warmte brengen in deze koude, kille stad.”
De Haagse Marjon van der Vegt (1967) heeft een haat-liefdeverhouding met haar geboortestad. Ze roemt Den Haag om de natuur en het rijke culturele aanbod, maar merkt ook dat het vaak lastig is vriendschappen te sluiten.
Ze werd geboren in de Oranjekliniek aan de Scheveningseweg en groeide op in de Fahrenheitstraat. Als jonge volwassene woonde ze korte in Haarlem. “Dat was één van de mooiste en gelukkigste periodes van mijn leven,” zegt Marjon met een grote glimlach. “De LHBTI-scene voelde daar als een warm bad.” Maar wonen in Haarlem was prijzig. Een eenkamerwoning koste daar als snel 450 gulden. Voor dat geld had je toen een ruim appartement in Den Haag dus was de keuze snel gemaakt.
Het gemis aan echte connecties was misschien mede de reden dat in 2013 haar aandacht werd getrokken door de Free Hugs-beweging in Eindhoven. Ze wilde dit graag naar Den Haag brengen, maar vroeg zich af hoe ze dat moest aanpakken. De organisator van de actie bracht haar in contact met de inmiddels overleden kunstenares Cis Deyl. Samen zetten ze Free Hugs 070 op, met als motto: “Meer liefde de stad in!” Ze maakten bordjes, startten een Facebook-pagina en daarmee was Free Hugs 070 geboren.
Sindsdien delen ze met een groep van zes à zeven vrijwilligers een paar keer per jaar knuffels uit: met Kerst, op Valentijnsdag en tijdens het Zeeheldenfestival. Ook wanneer er ingrijpende gebeurtenissen plaatsvinden, zoals de aanslagen op Charlie Hebdo, gaan ze de straat op om liefde te verspreiden.
De reacties op Free Hugs zijn wisselend. Marjon heeft door dit werk veel mensenkennis opgedaan. “Je probeert eerst oogcontact te maken en vraagt: ‘Wilt u een knuffel?’ Hoe mensen reageren, verschilt enorm. Sommigen lopen met een grote boog om je heen of zeggen dat ze er geen behoefte aan hebben. Anderen stormen op je af voor een omhelzing. Soms wordt het zelfs een groepsknuffel. Er zijn ook mensen die vragen wat kost het of zeggen: Daar doe ik niet aan mee.”
Een van de ontmoetingen die haar het meest is bijgebleven, is die met een vrouw die in tranen op haar afkwam en haar minutenlang omhelsde. Toen ze eindelijk losliet, vertelde ze dat ze net afscheid had genomen van haar beste vriendin in het ziekenhuis. “Kijk,” zegt Marjon, “dáár doe je het voor: een beetje warmte brengen in deze koude, kille stad, waar mensen haast hebben en in hun eigen bubbel zitten.”
Aan het rijke culturele leven van Den Haag draagt Marjon zelf ook haar steentje bij. In november organiseerde ze voor de tiende keer Dichter bij de Dood, een jaarlijks evenement rond Allerzielen op begraafplaats Oud Eik en Duinen. Daar worden dichters gekoppeld aan schrijvers en kunstenaars die er begraven liggen. Ze dragen een troostrijk, zelfgeschreven gedicht voor en een gedicht over degene aan wie ze gekoppeld zijn. Ook wordt er door Marjon ieder kwartaal een poëziemiddag gehouden met een open podium en muziek.
“Er zou meer over de dood en rouw gesproken mogen worden,” zegt Marjon. “Het is voor velen nog altijd een taboe, terwijl iedereen er vroeg of laat mee te maken krijgt.”



